Login
Register
Heroriënterende Pensioenfondsen

Er wordt druk gepraat over ons stelsel in de Nederlandse polder tussen de nationale overheids-, werkgevers- en werknemers vertegenwoordigers en men lijkt zich nog nauwelijks te realiseren dat we onderdeel uitmaken van Europa en meer en meer op een Europees speelveld spelen.

Consolidatie en keuze voor Fusie, Verzekeraar, PPI, dan wel APF of kiezen voor een Europees concept middels een Belgisch OFP

Eind september 2013 werd bekend, dat de liquidatie van Mercurius (het fonds van 5 organisaties in de financiële sector) aanleiding was voor één van hen, Euroclear, nu toch ook over te stappen naar de Belgische OFP vorm. Misschien een aanleiding voor andere fondsen, zoals nu ook Johnson & Johnson, om deze optie ook serieus te overwegen in hun heroriëntering over de toekomst. Het bijgaande artikel van NPN van december 2013 wijst op de dreiging, dat Nederland mogelijk de boot gaat missen voor pan-Europese pensioenfondsen. Een artikel in FD en contact van IPN met AON (oa refererend aan interview IPN met Lugtigheid) melden nu, dat er kennelijk toch iets begint te veranderen. Ook de verhuizing van ExxonMobil en OR akkoord met ondermeer noemen van het minder aantrekkelijke NLse toezichtregime past in deze trend.

In 2007 waren er nog 713 pensioenfondsen. Twee jaar later nog maar 513 en 107 in een liquidatieprocesen, nu nog 388 en verwachtingen van DNB in 2016 noemen een daling tot ± 265. Kortom, veel (vooral kleinere en middelgrote fondsen) leggen het hoofd in de schoot (zie daling tot 2013 en de verwachtingen van DNB in 2014 in een interview met IPN en een overzicht van Ruud Lahr in 2015)  en brengen hun regeling onder bij een verzekeraar of fuseren met een ander fonds. Martijn Euverman van Sprenkels & Verschuren plaatst een kritische kanttekening bij het streven van DNB naar minder en grotere pensioenfondsen in dit artikel in FD van februari 2014. Samenwerken in een Multi-Opf heeft nauwelijks navolging gevonden. Bij de gebruikelijke afweging van opties van pensioenfondsen, die zich bezinnen op hun toekomstperspectief, nl fuseren met een ander fonds, toetreden tot een Multi-Opf (of het nu m.i.v. 2015 geïntroduceerde Algemeen PensioenFonds, aanvankelijk MultiPensioenfonds genoemd), liquideren en toetreden tot een verzekeraar of toch maar doorgaan, wordt veelal de optie van een Europese invulling over het hoofd gezien. In al die beslissingen lijkt een Europese invulling niet te worden betrokken, terwijl die toch in een aantal gevallen aantrekkelijke mogelijkheden biedt. Onbekendheid en een mogelijk psychologische drempel van "buitenland" lijken hierbij een rol te spelen, naast een enigszins negatieve klank van "België-route" in plaats van 'Europees pensioen concept', geheel vallend binnen de IORP context die een level playing field in de Europese pensioensector beoogt. Zie ook deze kritische analyse van Ruud Lahr

België heeft echter al sinds 2007 voortvarend de OFP rechtsvorm (Organisme voor de Financiering van Pensioen) voor pensioenfondsen ingevoerd, die is afgestemd op de Europese regelgeving. In Nederland heeft men na een lange discussie over invoering van een vergelijkbare API (Algemene Pensioen Instelling) nu eindelijk besloten dat die er niet komt en slechts voorzichtig een eerste begin gemaakt met de PPI (Premie Pensioen Instelling), die vooral een vehikel voor vermogensopbouw biedt, maar zelf geen biometrische risico’s mag verzekeren. Zie het overzichtsartikel van IPN van april 2014 voor de ontwikkelingen bij de PPI's en hun verwachtingen.  Afgaand op de huidige signalen over het opgeven van de API plannen (zie ook onder Info & Downloads) lijkt ook de geïntroduceerde uiteindelijke vorm van een Algemeen Pensioen Fonds (APF) - dat aanvankelijk multi-ondernemingspensioenfonds zou gaan heten - ondanks de hoge verwachtingen van de sector in april 2014 blijkens een artikel van IPN geen serieuze concurrent van het OFP te worden als dat in 2015 eenmaal tot invoering komt. Inmiddels is al duidelijk geworden, dat de beoogde start datum door vertragingen niet voor medio 2015 zal zijn. Staatssecretaris Klijnsma introduceerde 10 oktober 2014 het wetsvoorstel voor het Algemeen Pensioen Fonds (APF) voor advies van de Raad van State. Na het eerdere uitstel heeft Staatssecretaris Klijnsma wijzigingen en een nieuwe consultatie aangekondigd en de invoering opnieuw uitgesteld tot begin 2016.

Welke richting lijkt het uit te gaan?
De komst van het APF lijkt een nieuwe impuls te geven aan het heroverwegen van een mogelijk aantrekkelijker structuur van pensioenfondsen. Die afweging is verschillend voor te onderscheiden typen fondsen:

  • Voor grote multinationals zijn vooral de mogelijkheden van schaalvergroting, uitwisseling van kennis, efficiënter vermogensbeheer en stroomlijnen van regelingen van verschillende dochters en expat regelingen in een eigen OFP aantrekkelijk. Zie oa het artikel van Ruud Lahr over de groeiende interesse van multinationals voor deze pan-Europese oplossing. Een overzicht van de ontwikkelingen mbt de Nederlandse lang verwachte APF en het Belgische OFP voorjaar 2016.
  • Maar ook voor kleinere holdings met verschillende regelingen - en zeker bij activiteiten in verschillende landen - zijn die mogelijkheden aantrekkelijk, zowel in een eigen OFP als in een multi-employer OFP.
  • En verder de categorie kleinere pensioenfondsen, die hechten aan hun eigen identiteit en zich zorgen maken over de toenemende druk van de Nederlandse toezichts omgeving. Daar speelt vooral het aspect van "ontzorgen". In de afweging tussen de mogelijkheden van het APF en het OFP blijft vooral de practischer toezichtsomgeving in België in het voordeel.
  • En gelet op de uitspraken van de FSMA in maart 2016 lijken de mogelijkheden van dit concept nu eindelijk door te dringen en tot concrete stappen te gaan leiden. Kan dit een signaal voor anderen zijn?

 

De verschillende opties heb ik globaal samengevat nog eens in een overzicht op een rij gezet. Zie ook bijvoorbeeld de overwegingen en toelichting van Johnson en Johnson aan haar deelnemers nu dat de stap heeft gezet om een Europees pensioenfonds op te zetten en ook het recentere FD artikel met een terugblik op die stap. Ook het bovengenoemde artikel van FD somt een aantal aantrekkelijke kanten op van de Belgische situatie. In een down to earth artikel brengt Tobias Bastian de verhalen rond een vermeende "België-route" terug tot hun feitelijke proporties.

Inmiddels lijkt door te dringen, dat bij vergelijking van APF en OFP Nederland niet als aantrekkelijke vestigingsplaats wordt gezien door buitenlandse ondernemingen gelet op de kabinetsplannen om de België-route te ontmoedigen en de betreffende Kamerbrief van 13.9.2016, alsook ook het aandringen vanuit de sector om de kostenbelasting van de NLse governance eens kritisch te bezien.

Nadat ik voor het eigen pensioenfonds van Lugtigheid samen met mijn Belgische partner Conac eind 2010 het gehele proces van toetreden tot een OFP heb doorlopen is Pension & Co IBP OFP het eerste multi-employer cross-border OFP, dat officieel is toegelaten tot de Nederlandse pensioenmarkt. Een interview in IPN vertelt daar meer over, terwijl ik op het IIR Strategisch Herorienteringscongres Pensioenfondsen in augustus 2011 een korte presentatie over mijn ervaringen heb gegeven. Sindsdien is er dus middels een Belgisch OFP een Europese invulling beschikbaar voor Nederlandse pensioenfondsen, die zich beraden over hun toekomstperspectief binnen de Nederlandse regelgeving.

Wat is aantrekkelijk in een Europese invulling

Een OFP biedt de mogelijkheid van kennisbundeling en efficiency door kostenspreiding binnen de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van een multi-employer pensioenfonds, zoals ook in het model van een APF.
Dat biedt de mogelijkheid van behoud van de eigen identiteit. De ervaringen in een aantal situaties hebben duidelijk het belang aangetoond van de interne verhoudingen binnen het fonds, helder overleg met de deelnemers en een tijdig betrekken van de OR in deze plannen, aangezien dat soms een obstakel bleek.

Een belangrijk ander bijkomend voordeel voor pensioenfondsen, die overwegen hun zelfstandigheid op te geven en over te stappen naar een ander fonds of een verzekeraar, is dat de toetreding tot een OFP aanzienlijk minder gecompliceerd (en zeer waarschijnlijk ook minder kostbaar) is, doordat geen moeilijke discussies hoeven te worden gevoerd over waardering en inkoop van verschillende regelingen in de nieuwe situatie. Men kan namelijk als het ware “op going concern” basis ongewijzigd met de bestaande regeling toetreden tot het multi-employer OFP en als “Afgescheiden Vermogen” met eigen Operationele Organen het beheer blijven voeren over de eigen pensioenregeling binnen het gezamenlijke OFP.

Het vermogensbeheer blijft u zelf bepalen, zij het dat de vermogensbeheerovereenkomst(en) niet meer met uw geliquideerde pensioenfonds kunnen blijven doorlopen, doch overgaan naar het OFP waaraan het pensioenvermogen wordt overgedragen.
U kunt in de eigen Operationele Organen binnen uw Afgescheiden Vermogen naar eigen voorkeur uw beheersorganisatie inrichten met afzonderlijk Investeringscomité, Algemeen Bestuur, Sociaal comité/Deelnemersraad en eventuele andere wensen.

In de nieuwe situatie blijven de Nederlandse toezichthouders DNB en AFM alleen nog verantwoordelijk voor het toezicht op naleving van de Nederlandse sociale en arbeidsrechtelijke regelgeving (vooral de inhoud van de pensioenregeling en communicatie aspecten), zij het dat dit niet via uw onderneming gebeurt nadat het fonds is opgeheven, doch indirect via de Belgische toezichthouder FSMA (Autoriteit voor Financiele Markten en Diensten), die belast is met het prudentiële toezicht (simpel vertaald: een solide en betrouwbare bedrijfsvoering). Het Belgische prudentiële toezicht kent niet de rigide marktrente regels als in Nederland, maar is gebaseerd op een prudentiëel oordeel van de actuaris over het beleggingsperspectief op langere termijn dan een jaar.

Wie zijn wij
Wij vormen een combinatie van partijen, die als eerste het hele traject met alle formele aspecten van het toetredingsproces samen met FSMA, DNB, AFM en het Ministerie van Financiën hebben doorlopen. Daarmee is Pension & Co IBP OFP het eerste Belgische multi-employer fonds, dat is toegelaten op de Nederlandse markt.
Wij willen onze ervaringen en de nu al beschikbare mogelijkheden van Pension & Co IBP OFP (of een eventueel nieuw op te zetten OFP) beschikbaar stellen aan Nederlandse pensioenfondsen, die hiermee hun voordeel kunnen doen. Wij zijn gaarne bereid u in een vrijblijvend eerste gesprek meer te vertellen over de mogelijkheden in uw situatie.

G. Lugtigheid & Co, Beheer en Advies BV
Het eenmansfonds Stichting Pensioenfonds Lugtigheid had bij de toenemende regeldruk geen toekomstbestendige structuur en zocht naar een oplossing via aansluiten bij een groter geheel, doch met behoud van eigen beheersinvloed. Na afwegen van de Nederlandse ontwikkelingen rond de API en het Multi-Opf is voorkeur gegeven aan het als eerste volgen van een eigen weg: het Belgische OFP door het samen met Conac ontwikkelen van de oplossing via Pension & Co IBP OFP.

Conac CVBA
Conac is een belangrijke consultant en service provider  in België in de actuariële en administratieve dienstverlening naar pensioenfondsen en actief in de ontwikkeling en ondersteuning van pan-europese fondsen.  Governance en kwaliteit staan centraal in de organisatie. De dienstverlening gebeurt vanuit eigen ontwikkelde software. Conac heeft onder zijn cliënten grote multi-nationals, middenbedrijven en sectorfondsen.  Conac maakt deel uit van het internationale actuariële netwerk Abelica Global.

Pension & Co Instelling voor Bedrijfs Pensioenvoorziening OFP
Conac heeft Pension & Co opgezet als een multi-employer pensioenfonds (OFP) met een unieke structuur waarbij pensioenregelingen in aparte gescheiden vermogens worden ondergebracht.  Een OFP is de Belgische implementatie van de Europese IORP richtlijn.  Pension & Co IBP OFP is als eerste Belgische multi-employer OFP toegelaten door DNB om op de Nederlandse pensioenmarkt te opereren.

Sprenkels & Verschuren
Als Nederlandse partner in Abelica Global, het internationale professionele netwerk dat met name bestaat uit volledig onafhankelijke, zelfstandige actuariële bureaus, werkt Sprenkels & Verschuren op dit vlak samen met haar Belgische collega Conac.
Klanten die internationaal zijn georganiseerd of een vraagstuk hebben dat zich over de landsgrenzen uitstrekt, kunnen vanuit dit netwerk worden bijgestaan.