Login
Register
Middelgrote ondernemingen

Voor wie kan een Europese (in dit geval Belgisch-Nederlandse) pensioeninvulling interessant zijn?

Dat klinkt ver . . . . en moeilijk . . . . zo over de grens . . . . in een ander land. Is dat wel veilig? Met wat voor regels heb je dan wel niet te maken? Wij hadden toch het beste pensioensysteem ter wereld?

Toch kan dat een interessante optie zijn, die het overwegen zeer wel waard is.
Ondernemingen die bijvoorbeeld na groei eindelijk een goede pensioenregeling willen gaan opzetten of zich afvragen of hun bestaande pensioenvoorziening mogelijk beter geregeld kan worden (hier vooral bedoeld: ondernemingen met enkele tientallen tot enkele honderden werknemers en niet zozeer ondernemingen met enkele werknemers of ZZP-ers). Om enkele voorbeeld situaties te noemen:

  • U wilt in uw onderneming voor uzelf, de directie of familie een goede ouderdomsvoorziening opzetten, die voldoende ruimte laat voor de eigen identiteit en waarbij de solidariteit zich over meer generaties mag uitstrekken rekening houdend met de opvolging.
  • U hebt al een collectieve regeling bij een verzekeraar ondergebracht, maar zou behoefte hebben aan meer ruimte voor uw eigen wensen of u vraagt zich af of er op andere wijze niet meer waar voor uw geld mogelijk is.
  • U hebt een Ondernemings Pensioen Fonds, maar hebt vragen over de toekomstbestendigheid van de huidige opzet gelet op de toenemende regeldruk van toezichthouders, de moeite om dit met voldoende kennis en mankracht vanuit de onderneming te blijven beheren en vanwege de kosten en aandacht die dit steeds meer vraagt.
  • U vraagt zich af of de bestaande pensioenregeling stammend uit een vroegere situatie van uw onderneming na uitbreiding, overnames of gewijzigde eigendomsverhoudingen (met misschien meerdere nationale toezichthouders en fiscale regimes) niet beter toegesneden kan worden op de huidige ontwikkeling van uw onderneming.   

We moeten in sommige situaties ook onderscheid maken tussen pensioenvoorzieningen voor:

  • Het gehele personeel en
  • De directie, DGA c.q. familie

Bij een bedrijfspensioenregeling is meestal sprake van een collectieve regeling met individuele aanvullende regelingen.
Die collectieve regeling is dan veelal overeengekomen met een verzekeraar, waarnaast afspraken worden gemaakt over aanvullende regelingen met een bijdrage van de werkgever als onderdeel van het pakket employee benefits.
De wijze waarop dit geheel wordt aangestuurd en beheerd vanuit de onderneming verschilt van geval tot geval, variërend van de werkgever die dit zelf met meer of minder inbreng vanuit het personeel regelt tot een afzonderlijke commissie of bestuur en misschien zelfs een pensioenbureau voor overleg met de uitvoerder.

Huidige praktijk

In de praktijk hebben ondernemingen vrijwillig of verplicht voor allerlei invullingen gekozen:

  • “Onze assurantietussenpersoon regelt alles”. Ik weet daar te weinig van;
  • U bouwt een Fiscale Ouderdoms Reserve op in de onderneming;
  • U hebt uw eigen pensioen ondergebracht in een afzonderlijke Pensioen BV;
  • Er is een eigen pensioenregeling opgesteld en die is ondergebracht bij een verzekeraar;
  • U had geen keus en bent verplicht aangesloten bij een Bedrijfstak Pensioen Fonds (Bpf);
  • U hebt een eigen Ondernemings Pensioen Fonds (Opf) onder toezicht van DNB;
  • U overweegt samenwerking in het m.i.v. 2016 geïntroduceerde Algemeen Pensioenfonds (APF), dat aanvankelijk MultiPensioenfonds genoemd werd;
  • Na bedrijfsovernames of opzetten van nieuwe bedrijfsactiviteiten zijn uiteenlopende situaties in de holding en dochters ontstaan (alleen in NL of ook buitenlandse dochters of gedeeltelijk in een verplicht Bpf);
  • U had al een eigen pensioenregeling, maar na overname is de onderneming onderdeel geworden van een NLse of buitenlandse moederonderneming.

Aspecten die een rol kunnen spelen

Voor iedere onderneming gelden vanuit de eigen situatie verschillende overwegingen, zoals:

  • Ruimte voor de eigen identiteit, bedrijfscultuur en wensen;
  • Het kostenaspect bij het afwegen van verschillende opties;
  • De toenemende regeldruk van de toezichthouders DNB en AFM;
  • Moeite met de vereiste kennis bij de steeds ingewikkelder wordende materie;
  • Moeite om het op een solide manier te kunnen blijven regelen met de beschikbare mankracht binnen de onderneming;
  • “Het is een bedrijfsvreemde activiteit, die ik eigenlijk liever niet meer in de onderneming wil”;
  • Onzekerheid over een toekomstbestendige invulling;
  • De mogelijkheid van vrijwillige aanvullende regelingen/ employment benefits;
  • “Biedt die nieuwe vorm van de PPI geen oplossing?”

Er wordt druk gepraat over ons stelsel in de Nederlandse polder tussen de nationale overheids-, werkgevers- en werknemers vertegenwoordigers en men lijkt zich niet te realiseren dat we onderdeel uitmaken van Europa en meer en meer op een Europees speelveld spelen.
In 2007 waren er nog 713 pensioenfondsen. Twee jaar later nog maar 513 en 107 in een liquidatieproces. Kortom, veel (vooral kleinere en middelgrote fondsen) leggen het hoofd in de schoot en brengen hun regeling onder bij een verzekeraar of fuseren met een ander fonds. Samenwerken in een Multi-Opf vond nog nauwelijks navolging en daarom is nu na het laten vallen van de API plannen m.i.v. 2016 het APF geïntroduceerd. Waarom zou voor u een eigen op Europese leest geschoeide pensioenvoorziening dan toch interessant kunnen zijn als zelfs vele kleinere ondernemingspensioenfondsen hun toevlucht zoeken bij een verzekeraar?

Wat is aantrekkelijk in een Europese invulling?
België heeft al sinds 2007 voortvarend de OFP rechtsvorm  (Organisme voor de Financiering van Pensioen) voor pensioenfondsen ingevoerd, die is afgestemd op de Europese regelgeving. In Nederland heeft men de introductie van een vergelijkbare API  (Algemene Pensioen Instelling) afgelst en slechts voorzichtig een eerste begin gemaakt met de PPI  (Premie Pensioen Instelling), die vooral een vehikel voor vermogensopbouw biedt, maar zelf geen biometrische risico’s (= afhankelijk van overlijden) mag verzekeren. Afgaande op de huidige signalen over het in de plaats van de API plannen gekomen APF (Algemeen Pensioen Fonds) lijkt ook die vorm geen serieuze concurrent van het OFP te worden.

In een OFP is ringfencing toegestaan, dwz dat één gezamenlijk OFP verschillende pensioenregelingen mag uitvoeren, die worden ondergebracht in afgescheiden compartimenten zonder de solidariteitsverplichting tussen die vermogens zoals wettelijk in Nederland is voorgeschreven binnen een pensioenfonds.
Een OFP biedt de mogelijkheid van kennisbundeling en efficiency door kostenspreiding binnen de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van een multi-employer pensioenfonds.
Die elementen brengen het vormgeven van een kostenefficiente pensioeninvulling binnen bereik met behoud van de eigen identiteit.

Het is in een multi-employer OFP mogelijk als “Afgescheiden Vermogen” een eigen pensioenvoorziening vorm te geven met eigen Operationele Organen die het beheer blijven voeren over de eigen pensioenregeling binnen het gezamenlijke OFP. Het vermogensbeheer blijft u zelf bepalen, zij het dat het vermogensbeheer niet meer bij uw verzekeraar (of een eigen ondernemingspensioenfonds) berust, doch naar uw inhoudelijke wensen formeel gesloten wordt met het OFP waaraan het pensioenvermogen wordt overgedragen.
U kunt in de eigen Operationele Organen binnen uw Afgescheiden Vermogen naar eigen voorkeur uw beheersorganisatie inrichten met afzonderlijk Investeringscomité, Algemeen Bestuur, Sociaal comité/Deelnemersraad en eventuele andere wensen.
In de nieuwe situatie blijven de Nederlandse toezichthouders DNB en AFM alleen nog verantwoordelijk voor het toezicht op naleving van de Nederlandse sociale en arbeidsrechtelijke regelgeving (vooral de inhoud van de pensioenregeling en communicatie aspecten), zij het dat dit niet via uw onderneming gebeurt doch indirect via de Belgische toezichthouder FSMA (Autoriteit voor Financiele Markten en Diensten), die belast is met het prudentiële toezicht (simpel vertaald: een solide en betrouwbare bedrijfsvoering). Het Belgische prudentiële toezicht kent niet de rigide marktrente regels als in Nederland, maar is gebaseerd op een prudentiëel oordeel van de actuaris over het beleggingsperspectief op langere termijn dan een jaar.

Wie zijn wij
Wij vormen een combinatie van partijen, die als eerste het hele traject met alle formele aspecten van het toetredingsproces samen met FSMA, DNB, AFM en het Ministerie van Financiën hebben doorlopen. Daarmee is Pension & Co IBP OFP het eerste Belgische multi-employer fonds, dat is toegelaten op de Nederlandse markt.
Wij willen onze ervaringen en de nu al beschikbare mogelijkheden van Pension & Co IBP OFP (of een eventueel nieuw op te zetten OFP) beschikbaar stellen aan Nederlandse ondernemingen, die hiermee hun voordeel kunnen doen. Wij zijn gaarne bereid u in een vrijblijvend eerste gesprek meer te vertellen over de mogelijkheden in uw situatie.

G. Lugtigheid & Co, Beheer en Advies BV
Het eenmansfonds Stichting Pensioenfonds Lugtigheid had bij de toenemende regeldruk geen toekomstbestendige structuur en zocht naar een oplossing via aansluiten bij een groter geheel, doch met behoud van eigen beheersinvloed. Na afwegen van de Nederlandse ontwikkelingen rond de API en het Multi-Opf is voorkeur gegeven aan het als eerste volgen van een eigen weg: het Belgische OFP door het samen met Conac ontwikkelen van de oplossing via Pension & Co IBP OFP.

Conac CVBA
Conac is een belangrijke consultant en service provider in België in de actuariële en administratieve dienstverlening naar pensioenfondsen en actief in de ontwikkeling en ondersteuning van pan-europese fondsen.  Governance en kwaliteit staan centraal in de organisatie. De dienstverlening gebeurt vanuit eigen ontwikkelde software. Conac heeft onder zijn cliënten grote multi-nationals, middenbedrijven en sectorfondsen.  Conac maakt deel uit van het internationale actuariële netwerk Abelica Global.

Pension & Co Instelling voor Bedrijfs Pensioenvoorziening OFP
Conac heeft Pension & Co opgezet als een multi-employer pensioenfonds (OFP) met een unieke structuur waarbij pensioenregelingen in aparte gescheiden vermogens worden ondergebracht.  Een OFP is de Belgische implementatie van de Europese IORP richtlijn.  Pension & Co IBP OFP is als eerste Belgische multi-employer OFP toegelaten door DNB om op de Nederlandse pensioenmarkt te opereren.

Sprenkels & Verschuren
Als Nederlandse partner in Abelica Global, het internationale professionele netwerk dat met name bestaat uit volledig onafhankelijke, zelfstandige actuariële bureaus, werkt Sprenkels & Verschuren op dit vlak samen met haar Belgische collega Conac.
Klanten die internationaal zijn georganiseerd of een vraagstuk hebben dat zich over de landsgrenzen uitstrekt, kunnen vanuit dit netwerk worden bijgestaan.